headerImage

Wat kunt u verwachten?

Risicoschatting op een zwangerschap van een baby met downsyndroom is op basis van de combinatietest  nauwkeuriger dan een risicoschatting, alleen op basis van de moederlijke leeftijd. Immers niet alleen de moederlijke leeftijd maar ook de zwangerschapsduur, de concentratie van 2 placentaire hormonen en de dikte van de nekplooi worden in de risicoschatting betrokken. Omdat de combinatietest een risico-schattende test is brengt deze test geen extra risico op een miskraam met zich mee. U bepaalt zelf wat u met deze informatie doet, ook als  u een verhoogde kans op een kindje met downsyndroom blijkt te hebben.

Een ongunstige uitslag betekent niet per definitie dat de baby downsyndroom heeft en sluit een gunstige uitslag van de combinatietest een kindje met downsyndroom niet volledig uit.

Om bij een ongunstige uitslag zekerheid te krijgen omtrent de gezondheid van de baby is vervolgonderzoek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) noodzakelijk. Het vervolgonderzoek brengt  wel een klein extra risico (1,4 tot 1,9%) met zich mee, ongeacht of de baby wel of geen downsyndroom heeft. Vandaar dat vervolgonderzoek dan ook alleen maar uitgevoerd en vergoed wordt wanneer er een medische indicatie voor bestaat. Deze indicaties zijn:

  • moederlijke leeftijd van 36 jaar of ouder;
  • verhoogd risico op downsyndroom na de combinatietest;
  • een eerder kind met een downsyndroom of andere chromosoomafwijking.
 
Voordat u voor deze test kiest – en het vervolgonderzoek - dient u uw eigen afweging maken. Laat daarbij de volgende overwegingen aan de orde komen:
  • Hoe denkt u over een eventuele zwangerschapsonderbreking als uw kind een ernstige aandoening blijkt te hebben?
  • Hoe staat u tegenover het risico van een miskraam als gevolg van eventueel vervolgonderzoek?