headerImage

De uitslag

Zoals eerder uiteengezet wordt de kans op een baby met downsyndroom berekend aan de hand van de dikte van de nekplooi, de concentraties van twee specifieke zwangerschapshormonen, de leeftijd van de moeder en de duur van de zwangerschap.

  • Uw verloskundige wordt schriftelijk (gunstige uitslag) of direct telefonisch (ongunstige uitslag) door ons op de hoogte gesteld. De uitslag is gunstig in 95 % en ongunstig in 5% van de combinatietesten;

  • Vanaf een kans groter dan 1: 200 is er sprake van een verhoogde kans (ongunstige uitslag) en is er een indicatie voor diagnostisch vervolgonderzoek;

  • Een kans van 1: 200 komt overeen met een kans van 0,5% op een baby met downsyndroom. Of, anders geformuleerd, komt overeen met een kans van 99,5% op een gezonde baby;

  • Het is vaak moeilijk om de uitslag van de combinatietest goed in te schatten. Daarom wordt er hieronder in een plaatje de kans van 1:100 verder uitgewerkt. In dat geval is er bij één op de 100 zwangerschappen iets mis, maar bij de 99 andere zwangerschappen is er dus niet aan de hand. Dat is hieronder te zien in een taartdiagram, een staafdiagram en met 100 poppetjes (waarvan ééntje wit is en in een blauw vakje staat);

  • Bij een ongunstige uitslag beslist u altijd zelf over eventueel vervolgonderzoek;

  • Vervolgonderzoek is nodig voor meer zekerheid (NIPT) of een definitieve diagnose (vlokkentest of vruchtwaterpunctie);

  • Er een kleine kans (0,5 -1%) op een miskraam na diagnostisch vervolgonderzoek. A.Tabor 2010